© Powered by SiteSpirit

 
logo.gif

Verwerkingsrichtlijnen

Voorkom vochtproblemen in uw constructie en bescherm uw isolatie met vochtregulerende folies van Meuwissen Bouwprodukten B.V..

Verwerking dampremmende en dampdichte membranen
Dampremmende en dampdichte membranen dienen aan de warme zijde (veelal de binnenzijde) van de constructie te worden aangebracht.

De membranen kunnen worden toegepast in dak- en gevelconstructies als dampremmer. Met behulp van deze folies kunnen bouwkundige aansluitingen luchtdicht gemaakt worden. Een goede luchtdichting in combinatie met een goede dampremming voorkomt inwendige condensatie.

Verwerking bij ge´soleerde daken en gevels
Dampremmende folies alleen verwerken in ge´soleerde dak- en gevelconstructies. De folie bevestigen met nietjes of nagels met een platte kop.

Naden in de folie moeten met een overlap worden afgekneld of afgeplakt met een geschikte Meuwissen tape. Voor zowel horizontale als verticale overlappen tenminste 100 mm aanhouden.

Voor een optimale luchtdichting conform het BouwBesluit adviseren wij de bevestigingspunten, overlappen, aansluitingen en sparingen luchtdicht af te werken met behulp van Folietape transparant, Folietape aluminium of Manchetband.

Verwerking dampdoorlatende membranen
Waterkerende dampdoorlatende membranen dienen aan de koude zijde (veelal de buitenzijde) van de constructie te worden aangebracht.

De membranen worden toegepast in dak- en gevelconstructies als waterkering gedurende de open bouwfase. Daarnaast kan met behulp van deze folies, in combinatie met Folietape transparant of Manchetband, voorkomen worden dat water ter plaatse van onderbrekingen in de constructie loopt en tot lekkage leidt. De eigenschappen van de membranen kunnen negatief worden be´nvloed indien zij in contact komen met een aantal houtveredelingsmiddelen of in direct contact komen met een harde ondergrond.

Verwerking bij dakconstructies
Microgeperforeerde membranen kunnen in verband met het doorslaan van vocht, niet direct op of tegen het dakbeschot worden toegepast maar wel tegen minerale wol of bij een luchtspouw. Miofol« 170 AG« dient in daken met het aluminium naar de luchtspouw tussen de folie en het dakbeschot verwerkt te worden en in de wand met het aluminium naar de spouw gericht.
De dakhelling moet minimaal 25░ zijn. Het membraan dakpansgewijs aanbrengen met overlappen van minimaal 100 mm en maximaal 200 mm. Bij een dakhelling tussen 15░ en 25░ adviseren wij Polytex toe te passen. 

Bij verticale overlappen minimaal 2 maal de breedte van de tengel aanhouden. De verticale overlappen moeten worden opgesloten met een tengel. De verticale overlap dient met de overheersende windrichting mee overlapt te worden. De membranen kunnen in principe onder alle steenachtige dakafwerkingen worden toegepast behalve bij oude Holle Pannen. Blootstelling aan directe UVstraling dient te worden voorkomen.

Verwerking bij ge´soleerde daken en gevels
Om condensvorming tegen het membraan te voorkomen, is het noodzakelijk dat de onderliggende constructie luchtdicht is afgewerkt. Daarnaast is een goede dampremming, bijvoorbeeld met Miofol« 125 S, Miofol« 125 AV of Miofol« 150 A aan de warme zijde (veelal de binnenzijde) van de constructie noodzakelijk. Dampdoorlatende membranen op basis van microperforatie zoals Miofol« 125 G en Miofol« 170 AG« kunnen in verband met het doorslaan van vocht, niet direct tegen harde isolatiematerialen of plaatmaterialen worden toegepast, maar wel tegen minerale wol of bij een luchtspouw. Het membraan dakpansgewijs aanbrengen. Voor de horizontale overlappen minimaal 100 mm en maximaal 200 mm aanhouden. Bij verticale overlappen minimaal 2 maal de breedte van een stijl of knellat aanhouden. De folie met behulp van nieten op de constructie aanbrengen. Maximale h.o.h. afstand nieten 150 mm.

Verwerking bij niet ge´soleerde (renovatie) daken 
De folie vrijhouden van het dakbeschot. Daarnaast is het noodzakelijk dat deze spouw tussen dakbeschot en folie goed geventileerd wordt. Een goede beluchting en ontluchting bij dakgoot en nokconstructie is van belang.
Het beste resultaat wordt verkregen indien de folie horizontaal gespannen aangebracht wordt op een eerste tengel, waarop een tweede tengel wordt aangebracht. Door deze dubbele tengels is waterafvoer onder de panlat mogelijk. Eventueel kan de folie ook horizontaal en niet gespannen worden aangebracht over enkele tengels. Indien het membraan niet over het gehele dakvlak wordt aangebracht is het minimaal nodig om boven elke dakonderbreking een waterkering met behulp van folie aan te brengen. Ditzelfde geldt bij de woningscheidende muur en de kilkeper (kilbereik).

Let op: Miofol« 125 G altijd met de bedrukte zijde naar buiten toepassen!